Drie denkfouten voor de verkiezingen

Morgen is het 15 maart en dat betekent dat we mogen stemmen. Maar voor het zover is, moeten er eerst nog twee dingen gebeuren: we kijken het laatste verkiezingsdebat van vanavond bij de NOS, en ik ontkracht op de valreep nog 3 belangrijke denkfouten in deze verkiezingen. Lees mee en laat je niet misleiden.

1. De tweestrijd

In de campagne zocht de VVD nadrukkelijk een tweestrijd met de PVV. Gisteren stonden ze eindelijk tegenover elkaar in debat, maar al wekenlang zoemde het volgende argument rond: als je niet wil dat Wilders de grootste wordt, dan moet je op Rutte stemmen. De twee gingen tamelijk gelijk op in de peilingen, als koplopers, en dat gaf aanleiding tot dit slechte argument.

We noemen het een valse dichotomie: doen alsof er een simpele keuze is tussen twee opties, terwijl dat eigenlijk niet zo is. Hiermee misleid je de kiezer over welke keuze hen werkelijk voor ligt: er zijn namelijk maar liefst 28 partijen waarop je kunt stemmen. De valse dichotomie werkte goed in 2012 tussen de PvdA en VVD, waar veel mensen strategisch gingen stemmen op deze partijen om te zorgen dat de ander niet de grootste werd. Uiteindelijk werden ze beide groot en gingen ze samen regeren. Dat is, zoals Arjen Lubach het onlangs benoemde, alsof je op een pizza stemt omdat je geen spruitjes wil, maar vervolgens pizza met spruitjes krijgt voorgeschoteld, terwijl je eigenlijk zin had in pannenkoeken.

Nu probeerde VVD het weer, maar het kwam niet helemaal van de grond. De top-5 in de peilingen zit relatief dicht bij elkaar in de buurt. Maar wees alert en betrap jezelf erop als je ernaar neigt om strategisch te stemmen: de verkiezing is geen tweestrijd.

2. De stemwijzer wijst de weg

In de afgelopen weken heb ik van veel mensen gehoord dat ze ‘nog wel even de stemwijzer zouden invullen’ om een keuze te maken voor het rode potlood. Dit vind ik een zeer verontrustende uitspraak. De stemwijzer is een drama. Ten minste, op de manier waarop veel mensen het gebruiken. Op zich is het natuurlijk een handige manier om je eigen mening naast die van de politieke partijen te leggen, maar je moet het niet overschatten. Ik zal drie problemen met de stemwijzer benoemen.

Ten eerste weet je zelf vaak niet wat je wil. Over veel onderwerpen die in de stellingen voorbij komen, heb je als gewone burger geen of te weinig kennis om een keuze te maken. Ik heb in 2012 de stemwijzer heel eerlijk ingevuld, vervolgens wekenlang kranten en verkiezingsprogramma’s gelezen, en toen opnieuw de stemwijzer gedaan. Je raadt het al: er kwam iets heel anders uit. Wat je met de stemwijzer vaak invult is een verwachting van of je het eens of oneens zou zijn met de stelling als je er meer informatie over zou hebben.

Ten tweede zijn de kwesties niet zo simpel als ze worden voorgelegd. Wil je de belastingen verlagen? Tja… dat ligt eraan hoe en hoeveel. En of je het combineert met andere maatregelen. Dit soort dilemma’s zie je ook bij de partijen die toelichtingen hebben gegeven bij hun antwoorden: soms zijn twee partijen het bijna met elkaar eens als je de toelichtingen leest, maar stemt de één voor en de ander tegen; soms zijn twee partijen het zeer oneens in de toelichting, maar stemmen ze hetzelfde op de stelling. Hierdoor is het eindoordeel van de stemwijzer niet representatief voor de werkelijke plannen en visies waar het eigenlijk om gaat. Daarbij telt namelijk alleen de kleur van het vakje dat is aangekruist.

Ten derde is de selectie van onderwerpen erg belangrijk. Als er drie stellingen zijn over de Nederlandse identiteit en slechts één over klimaatverandering, dan telt dat eerste onderwerp dus zwaarder mee in de eindscore. Je kunt zelf nog wel aanvinken welke stellingen je belangrijker vindt, maar dit is zeer beperkt (slechts twee gradaties) en volgens mij gebruiken maar weinig mensen deze mogelijkheid. En wat te zeggen over onderwerpen die niet aan bod komen? Misschien vind je de kwesties rondom kernenergie of armoede wel heel belangrijk, maar als daar nou net geen vraag over wordt gesteld, dan telt het niet mee. Door op de uitslag van de stemwijzer te vertrouwen, laat je je leiden door hun onderwerpkeuze, in plaats van zelf te bepalen wat je van belang vindt.

Bovendien zijn er vele stemwijzers. Ik ben tot nu toe uitgegaan van de Stemwijzer van ProDemos die iedereen kent, maar je hebt ook nog het Kieskompas, de Stemmentracker, de Partijenwijzer, de Privacy Stemwijzer, de Groene Kieswijzer en nog veel, veel meer stemwijzers. Klik hier om een enorme lijst met stemwijzers te bekijken.

Hoe kun je de stemwijzer wel goed gebruiken? Denk goed na over de stellingen, lees de toelichtingen van de partijen, denk zelf na over wat je belangrijk vindt en heb lak aan de eindscore.

3: Stemmen heeft geen zin

Waarom zou je stemmen? Jij hebt toch in je eentje in het stemhokje maar een oneindig kleine invloed op de verkiezingsuitslag? Nonsens. Hoewel het klopt dat je weinig impact hebt door te stemmen, is dit geen goed argument om thuis te blijven op 15 maart.

Natuurlijk heeft jouw individuele stem weinig effect en is de kans minuscuul dat jouw stem nét de doorslag geeft. Toch betekent dit niet dat jouw stem daarmee ook zinloos is. Ik kan nu een heel verhaal gaan vertellen over hoe het je burgerplicht is; of hoe je bijdraagt aan het politieke proces door voor de verkiezingen met vrienden, familie en collega’s te discussiëren over welke partij de beste plannen en de beste lijsttrekker heeft; of hoe er meer dingen die je kunt doen met grotere impact, zoals deelnemen aan lokale initiatieven, belangenverenigingen of intern in politieke partijen, maar dat stemmen wel het minste is wat je kunt doen… maar daar zit niemand op te wachten.

Stel je voor dat de hele buurt recht voor jouw deur is gaan touwtrekken. Het touw is zo lang dat je het einde niet kunt zien en een enorme mensenmassa doet mee. Je ziet graag dat de groep die het touw naar rechts trekt gaat winnen, maar je hebt geen zin om moeite te doen, denkt dat je toch weinig zou kunnen bijdragen en gaat rustig zitten kijken in je voortuin. Totdat je buurman ook naar buiten komt en – wel verdomd! – aan de verkeerde kant gaat meetrekken. Je springt op uit je tuinstoel, gaat aan de (naar jouw inzicht) goede kant staan, en grijpt het touw. Je gaat de wedstrijd niet voor ze winnen, maar je zal toch godverdomme de inzet van je buurman op  zijn minst willen neutraliseren. Het beste argument om te gaan stemmen: andere mensen stemmen ook.

Natuurlijk heb je als individuele burger weinig invloed met je ene stembiljet. Maar hoe dom ben je als je die al geringe invloed nog verder wil verminderen?!

 

Bonus: drie drogredenen

Voor het verkiezingsdebat van vanavond geef ik nog een tip mee: let op de volgende drie veelgebruikte drogredenen. Het zijn retorisch vernuftige, maar inhoudelijk zwakke argumenten waardoor je je liever niet laat misleiden.

Voor wie wil is er ook een drankspel van te maken: bij iedere drogreden neem je een slok. Is je glas driemaal leeg voor het einde van het debat? Verlies dan je vertrouwen in een goed democratisch proces – maar vergeet niet te gaan stemmen de volgende dag.

1. Stroman

Het standpunt van de ander verkeerd (verzwakt) weergeven. Dit gebeurt zo vaak dat je het bijna niet kan bijhouden. Ik stel me zo voor dat Wilders iemand ervan beschuldigt een stortvloed aan vluchtelingen het land te laten binnenkomen, terwijl hun plan eigenlijk een beperkte opname bepleit. Ik zie het ook zo gebeuren dat Klaver weer wordt aangevallen op zijn plan om iedereen met een auto de financiële afgrond in te jagen – waarbij men stelselmatig vergeet te vertellen dat GroenLinks diezelfde kosten via een andere belastinghervorming wil compenseren. Genoeg voorbeelden te bedenken. Laat het me vooral weten als je er één spot in het debat vanavond.

2. Ad hominem

Dit zijn aanvallen op de persoon; ze zijn wellicht raak, maar missen de inhoud volledig. ‘Mark Rutte lacht alles weg’ is wellicht een adequate beschrijving van de premier, maar het is een aanval op de persoon – en niet op zijn beleid. Of stel je voor dat iemand Asscher aanvalt op het feit dat hij zelf de Wet Werk en Zekerheid heeft ingevoerd. Daar kun je hem natuurlijk op aanspreken, maar het is een persoonlijke aanval en doet geen afbreuk aan eventuele goede plannen die de PvdA nu heeft om mensen weer aan een vast contract te helpen. Een ander voorbeeld komt van Roemer, die in een vorig debat Buma een ‘slechte boekhouder’ noemde: als hij het eigen risico in de zorg verprutst, hoe kun je hem dan vertrouwen met de rest van de begroting? Al dit soort persoonlijke aanvallen doet af aan de kwaliteit van het debat en zijn een poging om de kiezer niet op basis van inhoudelijke beleidsmatige argumenten te laten kiezen.

5. Ad populum

Politici doen vaak een beroep op het volk, maar in argumentatieve zin is dat een foutieve zet. Bij deze drogreden zeg je in feite dat iets waar is omdat veel mensen het vinden. ‘Veel mensen zijn het zat dat …’. ‘Het volk wil …’. Ten eerste is het vaak nog maar de vraag of veel mensen dat inderdaad vinden. Maar ten tweede, en nog veel belangrijker: ook een grote groep mensen kan ongelijk hebben. Buma zei laatst in een debat: ‘veel mensen vinden immigratie en normen/waarden een probleem.’ Maar dit betekent niet dat het ook werkelijk een probleem is! Het volk heeft niet altijd gelijk. Iedereen kan het mis hebben. Dat iedereen iets vindt, maakt dat niet waar.

 

Ik hoop dat ik enige hulp heb kunnen bieden in de immer ingewikkelde verkiezingstijd. Succes morgen. Ga in ieder geval stemmen. Doe dat weloverwogen en niet zomaar op basis van een stemwijzer. En stem niet strategisch, maar op de partij waarop je ook echt wil stemmen.

Of stem op de partij die de minste drogredenen gebruikt in het debat vanavond.