Ga niet stemmen op de niet-stemmers

Niet-stemmers

Ze hebben het kortste verkiezingsprogramma en doen slechts één eenvoudige verkiezingsbelofte: de Partij voor Niet-Stemmers. Jawel, je leest het goed. Dit is een serieuze politieke partij die mee wil doen aan de Tweede Kamerverkiezingen.

Het idee is simpel. Veel mensen stemmen niet, maar worden daardoor ook niet vertegenwoordigd in ons parlement. Dit is een probleem, want dat parlement maakt beslissingen voor en namens iedereen, dus ook hen die niet heeft gestemd. In de woorden van de partij:

“25% van de kiezers blijft thuis. Toch worden alle Kamerzetels bezet. Dat kan omdat de politieke partijen doen alsof niet stemmers niet bestaan, waardoor zij alle 150 Kamerzetels onder elkaar kunnen verdelen. De thuisblijver stemt dus eigenlijk op alle partijen.” (nietstemmers.nl)

37 lege zetels

Een interessante analyse, maar wat willen ze hier aan doen? Het is de bedoeling dat straks alle mensen die niet gaan stemmen toch wel gaan stemmen, maar dan op de Partij voor Niet-Stemmers. Met 37 zetels komen ze dan in de Tweede Kamer. Dit is alvast de eerste denkfout: dat alle niet-stemmers nu wel gaan stemmen, en dat ze dan ook nog voor deze partij kiezen. Het is een theoretisch maximum, maar het lijkt me absoluut onhaalbaar.

Die 37 volksvertegenwoordigers hebben vervolgens een eenvoudig mandaat van hun achterban: helemaal niets doen tot de volgende verkiezingen. Want dit is oprecht hun volledige verkiezingsprogramma: “In het parlement zullen wij nooit stemmen.”

Dat is het hele plan, opgezet door strafrechtadvocaat Peter Plasman. Hij schijnt al jaren met het idee rond te lopen en blijkt in 2017 eindelijk de tijd rijp te zien, nu er toch een wildgroei van splinterpartijen is. Bas Heijne (blendle) ziet er in ieder geval geen heil in: “Wat beweegt de man? De behoefte om de stem te laten horen van mensen die er geen behoefte aan hebben hun stem te laten horen?” Dat lijkt me inderdaad niet erg zinvol.

Wat gebeurt er nu met de stem van de niet-stemmer?

De partij werd onlangs nog gefactcheckt in de rubriek NRC Checkt naar aanleiding van een interview in de Volkskrant (blendle) van 4 januari. Ter discussie stond de centrale stelling van Plasman en zijn partij dat niet-stemmers normaliter hun stem eigenlijk aan alle partijen geven door thuis te blijven. Klopt dat wel? Na een heldere uitleg van de procedures bij het bepalen van de kiesdeler en het verdelen van restzetels, komt de krant tot de verkeerde conclusie.

“Je stem gaat nooit naar een partij waar je niet op stemt. Zowel de blanco stem als de stem van iemand die niet gestemd heeft wordt namelijk niet meegenomen in de zetelverdeling. Die stemmen worden in het geheel buiten beschouwing gelaten. De letterlijke uitspraak, zoals Plasman deze deed in de Volkskrant, beoordelen we als onwaar.” (NRC.nl)

Natuurlijk wordt je stem niet letterlijk meegeteld en onder alle partijen verdeeld als je niet in het stemhokje bent geweest. Dat klopt. Maar als je de optie ‘doe mij ook maar wat de rest kiest’ kon aanvinken op het stemformulier, en alle niet-stemmers zouden dat ook doen, dan zou de zetelverdeling niet anders zijn dan als ze thuis blijven. Als je kijkt naar de verkiezingsuitslag, heeft Plasman hierin dus gewoon gelijk: we doen allemaal net alsof de thuisblijvers hetzelfde zouden hebben gestemd als de daadwerkelijke kiezers.

Geen homogene groep

De grote denkfout in de opzet van de Partij voor Niet-Stemmers is dat ze denken de niet-stemmers goed te kunnen vertegenwoordigen. Niet iedereen heeft een mening, houdt zich met politiek bezig of kan een partij vinden waar hij achter staat. Maar dit betekent niet dat de niet-stemmers straks beter vertegenwoordigd zouden zijn door 37 inactieve Kamerleden. Het is namelijk helemaal geen homogene groep.

Sommige niet-stemmers voelen zich niet vertegenwoordigd door de bestaande partijen, en voor hen zouden de lege stoelen een sterk gebaar en wellicht zelfs een betere inhoudelijke vertegenwoordiging zijn. Maar daarvoor hebben we ook al de blanco-stem. Die zouden we beter om kunnen zetten in lege zetels, wat sowieso een betere oplossing is dan niet-stemmende Kamerleden. Die hebben technisch gezien namelijk altijd de mogelijkheid om alsnog uit eigen beweging te spreken en stemmen in het parlement.

Maar ik moet toegeven: als een deel van de Tweede Kamer leeg zou zijn, dan was dat een betere representatie van de bevolking. Alleen die lege stoelen moeten dan wel gebaseerd zijn op blanco-stemmen met dit doel, niet op het idee dat alle niet-stemmers beter vertegenwoordigd zouden worden in het parlement door een passieve (lege) zetel.

Status quo

Veel niet-stemmers zouden zich waarschijnlijk totaal niet vertegenwoordigd voelen door de nieuwe partij. Ze stemmen niet omdat ze het zijn het vergeten, of ze zijn ziek, hadden geen tijd of vinden het niet belangrijk om te stemmen. Of ze vinden het allemaal wel goed gaan in de politiek zonder hun bemoeienis in het stemhokje. Een groot deel van deze groep vindt de status quo blijkbaar wel prima.

Wat moet je dan straks doen als notoire niet-stemmer, toch maar weer thuis blijven? Alleen als je vindt dat het prima gaat in de politiek zonder jouw inmenging. Als je niet stemt, kun je overigens nog gerust zeuren over alles wat er mis gaat in politiek Den Haag. Maar je had er ook wat aan kunnen doen. Een boze niet-stemmer is zelf ook onderdeel van het probleem.

Hannah Arendt schreef in haar boek over totalitarisme dat de macht van democratische overheden altijd net zoveel rust op het stilzwijgend toestemmen van de politiek neutrale en onverschillige mensen, als op de politiek actieve individuen en organisaties. Wil je andere politici aan de macht? Stem daar dan ook op. Blijf niet thuis. En stem ook niet op een stel nietsnutten die namens jou in de Tweede Kamer de boel een beetje zitten te frustreren terwijl ze hun tijd uitzitten.

 


Deze column is een aangepaste versie van het stuk dat ik laatst schreef voor Young Critics.