Hoe voelt het om ongelijk te hebben?

Meestal leg ik de nadruk op het voorkomen van denkfouten. Herken drogredenen, laat je niet misleiden door slechte argumentatie, en je zult het vaak bij het juiste eind hebben. Maar de harde realiteit is dat dit geen waterdichte strategie is. Je gaat fouten maken. Je zal regelmatig ongelijk hebben.

Sommige mensen houden er bij voorbaat al rekening mee. ‘Correct me if I’m wrong, but …’. Een mooi voorbeeld hiervan is de podcast Hello Internet. De eerste aflevering stond geheel in het teken van ongelijk hebben. Op het internet, niettemin, waar fouten permanent zijn en de reacties vaak feller. Voor de makers was het logisch dat zij zelf ook onjuistheden zouden verkondigen in de podcast. Wanneer het zover is, zullen ze dat ook flink te horen krijgen, wisten ze toen al. Dat is nu eenmaal zo, dat hoort erbij.

De denkfout die ik deze week wil bespreken, gaat over denken dat je gelijk hebt terwijl dat niet zo is. Want hoe voelt het eigenlijk om ongelijk te hebben? Voelt het vervelend? Beschamend of confronterend? Nee. Want zo voelt het om erachter te komen dat je ongelijk hebt. Zo voelt het om terecht gewezen te worden. Kathryn Schulz wist in haar TED-talk perfect te verwoorden hoe het in werkelijkheid voelt om fout te zitten: it feels like being right.

Gelijk hebben voelt exact het zelfde als ongelijk hebben. Je denkt in beide gevallen namelijk dat je de waarheid spreekt. Dat kan ernstige gevolgen hebben, zoals in een rechtszaak, als een onschuldige verdachte is veroordeeld op basis van onjuiste getuigenverklaringen. Je mag natuurlijk niet liegen tegen een rechter, maar aan die regel hebben we niets als je niet weet dat je onwaarheden zit te verkondigen. En dat komt nog wel eens voor.

Maar wat als iemand zegt dat hij het zeker weet? Kun je daar wel op vertrouwen? Nee, helaas. Hier komt een ander aspect van onwetendheid om de hoek kijken: hoe minder je weet, hoe groter de kans dat je niet begrijpt dat je maar weinig weet. In de woorden van Bertrand Russell: “The trouble with the world is that the stupid are cocksure and the intelligent full of doubt.”

De meeste mensen kunnen een aardige inschatting maken van hoe goed ze een kennistoets hebben gemaakt. Wie een goed cijfer haalt, kent de stof en weet ook dat een goed cijfer te verwachten valt. Wie een vijf of zes scoort, heeft enige kennis van zaken, maar weet ook dat hij bepaalde kennis mist. Daardoor kan ook deze groep een degelijke inschatting maken van hun kennisniveau.

Iemand die een twee haalt, kan die inschatting echter vaak niet goed maken. Sterker nog, een deel van deze groep zal denken dat ze de toets zelfs heel goed hebben gemaakt, simpelweg omdat ze te weinig weten om in te zien welke kennis ze missen. Dit heet ook wel het Dunning-Kruger effect. (Meer over deze bias in deze aflevering van You Are Not So Smart.)

Het kan dus zijn dat je gelooft in iets dat onwaar is, ondanks – of juist dankzij – het feit dat je er helemaal geen verstand van hebt. Hoe zeker je bent van je zaak, is daarbij van weinig invloed. Accepteer daarom niet alleen dat je af en toe ongelijk hebt, maar begrijp eveneens dat het ook op die momenten wel voelt alsof je gelijk hebt. Een beetje twijfel en bescheidenheid is dus op zijn plaats, zelfs als je iets zeker denkt te weten.

Geloof bovendien niet zomaar wat die zelfverzekerde collega van je zegt omdat hij zo zeker is van zijn gelijk. Die zekerheid kan het gevolg zijn van kennis en wijsheid, maar het kan net zo goed een symptoom zijn van het Dunning-Kruger effect. Want echte kennis heb je pas als je ook weet wat je niet weet.