Drogredenen in het Down-debat

In de Volkskrant stond eerder deze week een open brief, ondertekend door tientallen bekende Nederlanders, waarin werd gepleit voor een Downvriendelijke samenleving. Het is een sympathiek pleidooi op initiatief van de ChristenUnie en Linda Germs, voorzitter van de stichting De Upside van Down.

Ik ben het er mee eens dat aanstaande ouders zich niet gedwongen moeten voelen om de nieuwe NIP-test te laten uitvoeren, waarmee onder andere het Syndroom van Down prenataal kan worden vastgesteld. En ouders van kinderen met het Downsyndroom moeten er zeker niet op worden aangesproken dat ze het kind niet hebben geaborteerd om die reden.

In de brief maken de schrijvers echter ook twee denkfouten. Of deze ernstig genoeg zijn om hun argumentatie te ondermijnen, laat ik aan de lezer over. Ze zijn in ieder geval belangrijk en interessant genoeg om hier te bespreken.

Anekdotisch bewijs

De ondertekenaars spreken hun angst uit voor de effecten van de NIP-test, die nu nog in een proefperiode zit. De test is nu alleen beschikbaar bij een verhoogde kans na de optionele combinatietest, maar wordt binnenkort wellicht voor alle zwangere vrouwen toegankelijk wordt gemaakt. Dat zou volgens de alarmisten kunnen leiden tot het automatisch uitvoeren van de test, waarbij de vrije keuze van de zwangere vrouw (en haar eventuele partner) niet voorop staat.

Dit punt wordt gemaakt met een voorbeeld van een vrouw die de test niet wilde laten doen: “[…] een zorgelijke ontwikkeling. ‘Iedere keer als ik bij de verloskundige kwam, bracht ze het weer ter sprake. Ik móést die test doen’, vertelt een moeder. De druk om te testen neemt toe.”

Nu is dit natuurlijk een vervelende situatie. Prenatale screening is een mogelijkheid een recht, maar geen plicht. Verloskundigen geven informatie, advies en antwoorden op vragen, maar ze horen je niet te duwen in de richting van een niet-noodzakelijke test. Bij de moeder in kwestie is dit duidelijk verkeerd gegaan en dat is haar verloskundige aan te rekenen.

Maar dit is een individueel geval. Je kunt op basis van deze ene nare ervaring niet stellen dat de druk om te testen in het algemeen hoger wordt. Misschien wordt er inderdaad druk uitgeoefend in de spreekkamers – ook al zou dat tegen de richtlijnen van de verloskundigen ingaan – maar dat valt niet op te maken uit één anekdote.

Dit noemen we dan ook een drogreden van het anekdotisch bewijs: een zwak argument waarbij teveel gewicht wordt gegeven aan één of enkele voorbeelden. Geen redelijke lezer zou zich erdoor moeten laten overtuigen. Dit betekent overigens niet dat het standpunt per definitie onjuist is – maar het is wel slecht beargumenteerd. Een enkele anekdote van een verloskundige die geen druk legt zou immers ook geen afdoende argument zijn voor het tegenovergestelde standpunt.

Stroman

De tweede denkfout is een andere drogreden: de stroman. Een stroman is een fictieve tegenstander die lijkt op je tegenstander in het debat, maar die daar eigenlijk een zwakkere versie van is. Je verdraait het argument of het standpunt van de ander dus een beetje, zodat het makkelijker is om er tegenin te gaan.

Ik citeer uit de brief: “Met het breed aanbieden van de NIP-test zegt de overheid impliciet ‘je hóéft er niet te zijn’. Deze boodschap staat haaks op een inclusieve samenleving, waarin iedereen ongeacht beperkingen welkom is.”

Dit is, allereerst, een sterk punt. Dit is dan ook nog niet de stroman. Het vrij aanbieden van de test zal waarschijnlijk leiden tot meer abortussen en draagt ook het idee uit dat een kind met het Syndroom van Down minder welkom is. Deze intentie is zeker impliciet aanwezig. Of dit terecht of zorgelijk is, is inderdaad maar de vraag.

Hierna volgen echter enkele uitspraken waarmee – impliciet, maar helder – nogal wat zaken in de schoenen geschoven van de NIPT-voorstanders. Ik vervolg het citaat: “Wij willen een down-vriendelijke samenleving, waarin afhankelijkheid geen schande is, maar waarin het waardevol is om er voor elkaar te zijn.”

De briefschrijvers proberen zich hier te distantiëren van de NIPT-voorstanders. Ze impliceren namelijk dat zij die afhankelijkheid wel een schande vinden. De grote afhankelijkheid van een kind met het Syndroom van Down is een van de redenen dat veel ouders liever geen kind met deze aandoening zouden willen krijgen, maar dat heeft niets te maken met schande. Alsof de NIPT-voorstanders er met morele afkeuring op neerkijken!

En dan dit: “Wij willen niet dat de hoogte van de zorgkosten bepaalt of een kind wel of niet geboren mag worden.”

De intensieve zorg die veel Downpatiënten nodig hebben kost veel geld. Ik geloof echter niet dat ik ooit iemand heb horen beweren dat dit een reden is om massaal prenatale screening te doen en abortus te plegen als het kind het Downsyndroom heeft. Dat impliceren de briefschrijvers namelijk wel.

Het is een keuze die ouders zelf moeten maken en inderdaad niet een die gebaseerd hoort te zijn op de eventuele zorgkosten. Ook met de NIPT bepalen de zorgkosten niet of er abortus wordt gepleegd. Dit argument wordt naar mijn mening onterecht in de schoenen van de NIPT-voorstanders geschoven.

Verdere discussie

Of de NIP-test na de proefperiode ook werkelijk beschikbaar wordt gesteld voor alle zwangere vrouwen, is nog niet zeker. Minister Schippers en een meerderheid van de Tweede Kamer zijn wel voor. Het is daarentegen wel zeker dat de discussie rondom prenatale screening nog lang zal voortduren – zeker omdat abortus daarbij niet zelden ter sprake komt.

De Volkskrant plaatste zelf een dag na publicatie van de ingezonden brief al enkele scherpe reacties bij de lezersbrieven. Ik zal de discussie met interesse blijven volgen. Daarbij hoop ik wel dat we deze kunnen voeren zonder ons te beroepen op drogredenen als de stroman en het anekdotisch bewijs.

 

Dit artikel is ook te lezen op jongerenopinieplatform YoungCritics.nl, waar ik wekelijks een bijdrage zal leveren in mijn rubriek Denkfout van de Week. Deze artikelen zijn uiteraard ook gewoon op De Denkfout te lezen.