Hoe kennis van drogredenen kan leiden tot meer drogredenen

Stel je voor: je dreigt een discussie te verliezen. Je hebt je beste argumenten gebuikt, maar zonder resultaat. Het duurt niet lang meer, of je zal je ongelijk moeten toegeven. Maar dan gebeurt het. De ander gebruikt een drogreden en je denkt: nu heb ik je! En dat is het moment waarop je zelf de fout in gaat.

Begrijp me niet verkeerd, drogredenen zijn mij een doorn in het oog. Het kan bijzonder frustrerend zijn wanneer iemand jouw argument verdraait (stroman), je persoonlijk aanvalt (ad hominem) of een misleidende tweedeling voorlegt (valse dichotomie). Het is dan ook goed dat we in de filosofie veel aandacht besteden aan goede en juiste argumentatie, heldere formuleringen, beschaafde discussie en argumentatieanalyse. Hierdoor zijn we zelf beter in staat om oneigenlijke denkwijzen te vermijden en om deze te herkennen in de uitspraken van anderen. Ook geeft het theoretische raamwerk van formele logica, drogredenen en argumentatieschema’s ons handvatten om dergelijke misstappen aan de kaak te stellen.

Je doorziet een denkfout van je gesprekspartner, je herkent de structuur ervan en je weet er een mooie Latijnse of Engelse naam aan te verbinden. Wie weet kan je daarmee ook de ander overtuigen van de onredelijkheid van zijn (wellicht onbedoelde) potentieel misleidende argumentatie. Het kan frustrerend zijn om te weten dat er iets mis is met een argument, maar dat je niet precies kan zeggen wat. Kennis van drogredenen kan die frustratie voor een groot deel wegnemen. In de ideale wereld erkent je gesprekspartner het probleem en vervolg je de discussie zonder het drogredelijke pad verder te bewandelen.

De drogreden-drogreden

In een minder ideale wereld, die wij ook wel de werkelijkheid noemen, is dit het moment waarop niet zelden een andere denkfout wordt begaan: de drogreden-drogreden. Kort gezegd: het op onredelijke wijze reageren op een drogreden. Eén variant van deze denkfout gaat bijvoorbeeld zo: “Zeg, je verwart nu correlatie met causaliteit. Dat is een post hoc ergo propter hoc! Hoort u dat, mensen? Mijn opponent gebruikt een drogreden! Het is een schande!” Het is een goed idee om een drogreden in de redenering van je gesprekspartner aan te wijzen, maar niet op deze manier. De spreker probeert zo zijn opponent te beledigen en zwart te maken voor het publiek. Zo’n persoonlijke aanval is onredelijk en aldus een drogreden-drogreden van het type ad hominem.

Een andere, wat subtielere variant behelst het gebruiken van de drogreden van de ander om zijn of haar eigen standpunt te ontkrachten. Stel dat ik tegen je zeg: “Het gaat vanmiddag regenen, dat hoorde ik van mijn moeder.” Als je nu denkt: “Aha, een autoriteitsargument! Ik laat mijn paraplu mooi thuis,” dan bega je zelf ook een denkfout. Immers, een slecht argument maakt zijn conclusie nog niet onwaar. Mijn argument was een drogreden, maar dat betekent niet dat jij nu zeker weet dat het niet gaat regenen. Misschien is er ook nog wel een goed argument voor de stelling dat het vanmiddag gaat regenen. Sterker nog: ik kan voor elke ware propositie wel een slecht argument bedenken, maar dat maakt die proposities niet onwaar. Voorspel je op basis van mijn drogreden blauwe lucht, dan maak je je schuldig aan de – bij gebrek aan een betere benaming – ‘drogreden-drogreden van het verwerpen van de conclusie’.

Drogreden is geen vrijbrief

De laatste variant die ik wil bespreken, is die van de onterechte beschuldiging. Stel, een professor zegt het volgende: “Je moet je essay voor de deadline inleveren, anders krijg je een onvoldoende.” Een student antwoordt: “Maar professor, dat is een argumentum ad baculum!” De student beschuldigt de professor van een drogreden, in het specifiek het ‘argument met de stok’, oftewel een bedreiging. Maar dat is een onzinnige beschuldiging, want de uitspraak van de professor was niet eens als argumentatie bedoeld; het was een mededeling van de regels. Iemand (bewust) onterecht beschuldigen van het begaan van een drogreden is op zichzelf een drogreden. Het leidt namelijk af van de eigenlijke discussie en kan ook overkomen als een persoonlijke aanval op de ander. Het is een red herring (afleidingsmanoeuvre), een stroman en/of een ad hominem.

Het moge inmiddels duidelijk zijn dat het correct herkennen van een drogreden niet genoeg is. Er moet vervolgens ook adequaat mee worden omgegaan. Een opgemerkte drogreden is geen vrijbrief om de opponent belachelijk te maken en het is geen reden om zijn of haar conclusies te verwerpen. Zou je dat wel doen, dan bega je zelf dus net zo zeer een denkfout.

Dit artikel verscheen eerder in de Qualia.

Een gedachte over “Hoe kennis van drogredenen kan leiden tot meer drogredenen

Reacties zijn gesloten.